top of page

Gezondheid als energiebalans

  • 30 jan
  • 5 minuten om te lezen

We denken vaak dat gezondheid vooral een kwestie is van goede keuzes - gezond eten, genoeg bewegen, stress onder controle houden.

En als dat niet lukt, dan hebben we 'meer discipline' nodig.


Achter dat denken zitten een aantal aannames die zo vanzelfsprekend klinken dat we ze zelden in vraag stellen.


We gaan ervan uit dat emoties ontstaan door prikkels.

Dat stress vooral psychologisch is, iets 'in je hoofd'.

Dat gedrag primair gestuurd wordt door wilskracht.

En dat het brein vooral denkt.


Die aannames zijn begrijpelijk. Ze sluiten aan bij hoe we jarenlang naar lichaam en gezondheid hebben gekeken. Maar ze vertellen niet het hele verhaal.

De laatste jaren schuift de neurowetenschap een ander perspectief naar voren.

Eén dat veel verklaart van wat mensen vandaag ervaren: chronische vermoeidheid, overprikkeling, burn-out, metabole klachten en cognitieve uitputting.


Dat perspectief vertrekt niet van wilskracht, maar van energiebeheer.


Vier aannames, anders bekeken


Wat als emoties niet simpelweg ontstaan door prikkels,maar constructies zijn op basis van voorspellingen?

Wat als stress niet vooral psychologisch is,maar een metabole kost van voortdurend voorspellen en bijsturen?

Wat als gedrag niet primair gestuurd wordt door wilskracht, maar volgt uit het beschikbare body budget?

En wat als het brein niet in de eerste plaats een denkorgaan is,maar vooral een energiebeheerder?


Waar klassieke modellen uitgaan van een lichaam dat reageert op verstoring, vertrekt deze benadering van een brein dat voortdurend probeert energie te besparen door te voorspellen.

Gezondheid is dan geen kwestie van controle, maar van context.


Het brein is geen controlecentrum, maar een beheerder


Volgens onderzoek van onder andere Lisa Feldman Barrett is het brein in de eerste plaats geen denkorgaan, maar een orgaan dat voortdurend probeert het lichaam energetisch in balans te houden.

Dat gebeurt via een proces dat allostasis wordt genoemd: het brein anticipeert voortdurend op wat het lichaam straks nodig zal hebben. Het wacht niet tot er een tekort ontstaat, maar probeert problemen voor te zijn.

Dat voorspellen kost energie.

En verrassend veel daarvan.

Het brein verbruikt ongeveer twintig procent van onze totale energie. Het grootste deel daarvan gaat niet naar “nadenken”, maar naar reguleren, afstemmen en bijsturen van het lichaam.


De metafoor van het huis en de energierekening


Je kan het lichaam zien als een huis. En het brein als de beheerder van de energierekening.

Die beheerder moet ervoor zorgen dat er genoeg warmte is, dat de lichten blijven branden, en dat het huis niet plots zonder stroom valt.


In een rustig, voorspelbaar huis verloopt dat bijna automatisch.

In een huis waar het lawaaierig is, chaotisch, sociaal gespannen of voortdurend verandert, moet de beheerder continu ingrijpen.


Belangrijk is dit: de meeste energie gaat niet naar wat er gebeurt, maar naar het inschatten van wat er zou kunnen gebeuren.

Altijd alert zijn.

Altijd aanpassen.

Altijd bijsturen.

Dat is duur.


Interoceptie: hoe het lichaam zijn rekening doorgeeft


Hier komt interoceptie in beeld: het vermogen van het lichaam om zijn interne toestand te voelen en te communiceren.


Spanning in de buik.

Druk op de borst.

Vermoeidheid.

Onrust.

Verdoofdheid.


Dat zijn geen storingen, maar signalen. Het lichaam laat weten hoe het body budget ervoor staat.

In lichaamsgericht werk – zoals fasciatherapie – werken we precies met die signalen. Niet om ze weg te nemen, maar om ze te leren begrijpen. Ze tonen waar het systeem al te lang moet compenseren.

Interoceptie is dus geen luxe of extra vaardigheid.

Het is de feedback van het energiesysteem zelf.


Wat betekent dit voor jou?


Vanuit dit perspectief krijgt 'niet meer kunnen' een andere betekenis.

Niet:'Ik moet me sterker maken.'

Maar:'Mijn systeem heeft te lang te veel energie moeten voorschieten.'


Vermoeidheid, prikkelgevoeligheid, brain fog of emotionele schommelingen zijn geen falen.

Het zijn tekenen dat het body budget onder druk staat.

Gedrag volgt energie, niet omgekeerd.


De link met metabole aandoeningen


Wanneer het brein langdurig moet functioneren in een context die veel energie kost, raakt de stressregulatie ontregeld, verandert de glucosehuishouding en neemt inflammatie toe.

Op termijn vergroot dat het risico op metabole aandoeningen zoals type 2 diabetes, cardiovasculaire problemen en ook cognitieve achteruitgang.

Niet omdat deze aandoeningen 'mentaal' zijn, maar omdat het lichaam langdurig moet functioneren in een energetisch ongunstige context.


En dan: de rol van je omgeving


Hier verschuift de focus fundamenteel.

Gezondheid vraagt niet in de eerste plaats om meer zelfcontrole, maar om een omgeving die minder energie kost.


Je omgeving kan voortdurend energie vragen – door lawaai, rommel, tijdsdruk of sociale spanning – of energie sparen, via rust, ritme, eenvoud, veiligheid en natuur.

Omgeving is geen decor.

Ze is een actieve speler in je body budget.


Wat dit perspectief verandert in therapie


Wanneer je naar het lichaam kijkt vanuit het idee van een body budget, verandert ook de therapeutische houding.

Therapie wordt dan niet langer een zoektocht naar het onderdrukken van stressreacties, het 'wegwerken' van spanning, of het optimaliseren van functioneren binnen een overlevingsmodus.

Het wordt een proces van dieper luisteren.


Niet: Hoe krijg ik dit lichaam weer onder controle?

Maar: Wat probeert dit lichaam al zo lang te dragen?


In dat licht krijgt fasciatherapie een andere betekenis. Niet als techniek om spanning los te maken, maar als een manier om het lichaam opnieuw spreekruimte te geven binnen een ruimer kader.


Fascia als drager van het verhaal


Fascia reageert niet alleen op mechanische belasting, maar ook op langdurige aanpassing. Ze past zich aan wanneer het lichaam te vaak moet anticiperen, te weinig kan herstellen, of te lang in waakstand blijft.

Vanuit het body-budgetmodel is spanning in fascia dan geen 'probleem', maar een intelligente strategie: een manier waarop het lichaam stabiliteit probeert te bewaren wanneer de context te veel vraagt.

Fasciatherapie nodigt uit om daar niet meteen tegenin te gaan, maar eerst te begrijpen.


Casus: Sofia op de tafel


Sofia ligt op de tafel.

Ze kwam aanvankelijk voor aanhoudende spanning in haar nek en buik.

'Stress,' zei ze. 'Ik weet het wel.'

Tijdens de behandeling gebeurt er niets spectaculairs. Geen pijn, geen forceren. Alleen aanraking, vertraging, aandacht.

Na een tijdje merkt ze iets op. Niet zozeer ontspanning, maar vermoeidheid.

Een diepe, zware vermoeidheid die ze al lang niet meer had toegelaten.

'Het voelt alsof mijn lichaam eindelijk mag stoppen,' zegt ze zacht.

Wat hier gebeurt, is geen ontspanningstechniek.

Het is interoceptie: het lichaam krijgt ruimte om zijn interne toestand voelbaar te maken, zonder dat er meteen iets opgelost moet worden.

Sofia beseft dat haar spanning niet het probleem was, maar de manier waarop haar lichaam al jaren energie moest voorschieten. Altijd alert. Altijd anticiperend. Altijd zorgend.

In plaats van te vragen hoe krijg ik dit weg, ontstaat een andere vraag:

Wat zou mijn lichaam nodig hebben om minder hard te moeten werken?

Dat is het kantelpunt.


Therapie in een ruimer kader


Vanuit dit model wordt therapie geen ingreep op een geïsoleerd symptoom, maar een verkenning van context.

Hoe leeft iemand?

In welke omgeving?

Met welk ritme?

Met hoeveel innerlijke en uiterlijke voorspelbaarheid?


Het lichaam hoeft dan niet langer alleen te overleven binnen moeilijke omstandigheden, maar krijgt de kans om opnieuw efficiënt te functioneren.

Niet door harder te werken aan herstel, maar door het leven zó vorm te geven dat herstel minder kost.

Dit model verschuift de focus van leren omgaan met stress, naar het verminderen van de omstandigheden die het lichaam voortdurend in stress duwen.


Tot slot


Het body-budgetmodel nodigt uit tot mildheid. Voor het lichaam. Voor klachten. Voor het tempo van herstel.


En het nodigt therapeuten uit om breder te kijken dan stressreacties alleen.

Om het lichaam niet te zien als iets dat gecorrigeerd moet worden, maar als een systeem dat al heel lang probeert overeind te blijven.

Soms begint heling precies daar: wanneer we stoppen met oplossen, en beginnen met luisteren.



Bronnen:

  • Lisa Feldman Barrett (How emotions are made en Seven and a half lessons about the brain)

  • Hugo Critchley

  • Esther Sternberg (Healing spaces)

1 opmerking


ivan.brackx
30 jan

Prachtige en leerzame informatie, Dankjewel 💚

Like
bottom of page