Authenticiteit of heching?
- Ellen Rabaey
- 5 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen
Over een fundamentele menselijke spagaat
In het boek 'waar het vandaan kom' beschrijft Vienna Pharaon de spanning tussen authenticiteit en hechting. Het is een spanning die niet pathologisch is, maar existentieel. Ze raakt aan een kernvraag van het mens-zijn: Kan ik mezelf zijn en verbonden blijven?
Hechting als overlevingsstrategie
Vanuit de ontwikkelingspsychologie weten we dat hechting in de kindertijd geen keuze is, maar een biologische noodzaak. Volgens John Bowlby, grondlegger van de hechtingstheorie, is het hechtingssysteem een primair overlevingssysteem. Een kind kan zich geen emotionele autonomie permitteren wanneer de band met de verzorger op het spel staat.
Arts en auteur Gabor Maté noemt dit de 'Attachement vs. Authenticity' paradox. Als de prijs voor nabijheid het opgeven van je eigen waarheid is, zal een kind altijd voor nabijheid kiezen. Het brein van een kind is namelijk geprogrammeerd om uitsluiting te ervaren als een doodvonnis.
Wanneer veiligheid, liefde of nabijheid voorwaardelijk zijn, leert een kind zich aan te passen. Niet omdat het wil, maar omdat het moet. Die aanpassing kan vele vormen aannemen:
gevoelens inslikken (om de ander niet te belasten)
behoeftes minimaliseren (om niet 'te veel' te zijn)
gedrag ontwikkelen dat ‘gewenst’ is (om de vrede te bewaren)
delen van zichzelf wegstoppen
Wat hier ontstaat, is geen gebrek aan authenticiteit, maar een intelligente overlevingsreactie.
Het ontstaan van het 'False Self'
De psychoanalyticus Donald Winnicott beschreef dit proces als het ontstaan van een false self: een aangepast versie van jezelf dat relationele veiligheid bewaart, maar vaak ten koste gaat van spontane expressie en innerlijke waarheid. Het true self – datgene wat authentiek, levendig en eigen is – raakt op de achtergrond.
Belangrijk: dit is geen bewuste keuze. Het kind kan niet zeggen: “Ik kies mezelf, ik vertrek.” Het kind kiest altijd voor hechting. Dus past het zich aan tot in de vezels van zijn wezen.
Dezelfde dynamiek in volwassen relaties
Wat Pharaon scherp benoemt, is dat deze spanning niet verdwijnt in volwassenheid. Ze verplaatst zich. In partnerrelaties, gezinnen en zelfs professionele contexten herhaalt zich vaak dezelfde innerlijke vraag:
Hoeveel van mezelf kan ik laten zien zonder de relatie te verliezen?
Vanuit neurobiologie is dit logisch te verklaren. Wanneer we in een huidige relatie onze eigen grenzen aangeven of onze waarheid spreken, kan dit onze amygdala (het alarmsysteem voor ons brein) activeren. Voor ons zenuwstelsel voelt een dreigend conflict met een partner vaak nog precies hetzelfde als de dreigende onthechting van vroeger.
Dit noemen we de 'Fawn'-respons binnen de polyvagaaltheorie: een automatische reactie van het zenuwstelsel waarbij we onszelf wegcijferen om een ander gunstig te stemmen. Eerlijk zijn voelt dan niet als een bevrijding, maar als een levensgevaarlijk risico.
De biologische tol
Het negeren van onze authenticiteit is niet zonder gevolgen. Gabor Maté wijst erop dat het chronisch onderdrukken van emoties en grenzen - om de hechting maar in stand te houden - leidt tot een constante staat van fysiologische stress. Het lichaam betaalt de rekening voor de aanpassing die de geest nodig vindt om niet alleen te zijn. Authenticiteit is daarom geen luxe-artikel voor zelfontplooiing, maar een voorwaarde voor fysieke gezondheid.
Authenticiteit is geen eindpunt, maar een proces
Een belangrijk misverstand is dat authenticiteit iets is wat je “vindt” of “bent”. In werkelijkheid is het een dynamisch proces, vaak gekenmerkt door trial-and-error. Zeker voor mensen die vroeg leerden zichzelf aan te passen, is de vraag “Wie ben ik?” geen filosofische luxe, maar een existentieel zoekproces.
Authenticiteit ontwikkelen betekent:
Herkennen: voelen waar je automatisch in de aanpassing schiet.
Verdragen: leren omgaan met de angst die opkomt wanneer nabijheid 'wiebelt'
Differentiëren: oefenen om dichtbij de ander te blijven zonder jezelf te verliezen.
Experimenteren: kleine stapjes zetten in het uitspreken van je eigen waarheid.
Dit vraagt tijd, begeleiding en vaak ook lichaamsgerichte ondersteuning, omdat deze patronen niet alleen mentaal, maar somatisch zijn opgeslagen.
Het lichaam als kompas tussen hechting en zelf-zijn
Onderzoek binnen trauma- en hechtingsstudies (zoals van Bessel van der Kolk) toont steeds duidelijker aan dat relationele veiligheid in het lichaam wordt ervaren. Spierspanning, ademhaling, hartslag, brok in de keel, beklemd gevoel op de borst, plotse vermoeidheid en viscerale sensaties geven vaak eerder aan waar authenticiteit botst met hechting dan onze cognities dat doen.
Daarom is het werken met authenticiteit zelden enkel een gesprek. Het is ook:
leren voelen wat “nee” en “ja” doen in het lijf
reguleren van angst die opkomt bij verschil
herkennen van oude hechtingsreacties in het nu
Authentiek zijn betekent niet: alles zeggen wat je voelt. Het betekent: in contact blijven met je eigen binnenwereld, terwijl je in relatie blijft met de buitenwereld.
Tot slot
De spanning tussen hechting en authenticiteit is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een spanningsveld dat gedragen wil worden. Heling zit niet in kiezen voor het één of het ander, maar in het langzaam vergroten van de ruimte waarin beide kunnen bestaan.
Misschien is volwassenheid precies dat: niet meer verdwijnen om verbonden te blijven, en niet meer breken om jezelf te zijn.
De weg terug via het lichaam: lichaamswerk en yoga
Omdat de spagaat tussen hechting en authenticiteit diep in ons zenuwstelsel is verankerd, is praten over je verleden vaak slechts een eerste stap. De herinnering aan de aanpassing - de brok in je keel wanneer je je uitspreekt, of die onbewuste neiging om je schouders op te trekken en jezelf 'klein' te maken - zit opgeslagen in je fascia, je ademhaling, je spierspanning.
Dit is waar lichaamswerk en yoga een cruciale rol spelen in het herstellen van authenticiteit :
het zenuwstelsel hertrainen: via yoga, beweging en met name vormen die gericht zijn op interoceptie (het voelen van je innerlijke signalen), leer je opnieuw te luisteren naar je lichaam. Wanneer je vroeger leerde die signalen te negeren om de verbinding met de ander niet te verliezen, leer je nu dat het veilig is om ze weer toe te laten.
Van 'fawn' naar flow: in lichaamswerk kun je experimenteren met fysieke grenzen. Wat doet het met me om een krachtige houding aan te nemen? Wat voel ik als ik diep in- en uitadem in een spanningsveld? Je oefent op de tafel en op de mat eigenlijk met de 'veiligheid om jezelf te zijn'.
lichaamswerk helpt om je window of tolerance te vergroten. Je leert de angst voor onthechting (die fysiek voelbaar is als paniek of onrust) te observeren zonder er direct naar te handelen door je weer aan te passen.
In de fasciatherapie kun je dat voelen als het lichaam, de beweging begint te sprankelen, te glitteren. Het mag zichzelf helemaal zijn. Het hoeft zich niet weg te stoppen, het is veilig om zichzelf te mogen tonen. En door dit te benoemen, te ervaren, gaan we ermee oefenen, zodat deze authentieke beweging sterker wordt en geen schrik heeft op onthechting maar in relatie volledig zichzelf mag zijn.
Bronnen :
Bowlby, J. : Attachment and loss
Winnicott, D.W. - The true and false self
Pharaon, V - waar het vandaan komt.
Van der Kolk, B - Developmental trauma & embodiement
Maté, G - The Myth of normal




Opmerkingen